Het Viaduct

 

Ligging:

Met zijn lengte van precies 369,6 meter is de brug over de vallei van de oostelijke Ourthe, een hoogst merkwaardig onderdeel van de Snelweg E25, de Europese aderweg die Utrecht met Genova verbindt.
De spanboog, uitgevoerd in gewapend beton is 162 meter lang en 60 meter hoog.
Net als de viaduct over het Eau Rouge ter hoogte van Malmedy is dit viaduct van Houffalize, wat betreft constructie, een bewonderenswaardig meesterwerk.

Le viaduc de Houffalize

Technische beschrijving:

De bouw werd op 6 mei 1974 aangevat en precies op 14 juni 1979 beëindigd. 442 miljoen frank werd toentertijd geïnvesteerd. Het viaduct bestaat in feite uit twee identieke delen, een per circulatievlak.

De lengte van elk deel bedraagt, zoals hierboven vermeld 369,6 meter.

Elk van deze halfdekviaducten is verdeeld in 14 isostatische vakken met elk een draagvlak van 26,40 meter. Op hun beurt wordt elk deel overspannen door middel van vijf prefab voorgespannen betonbalken, met een onderlinge tussenafstand van as tot as van telkens exact 3,60 meter. Deze balken ondersteunen op hun beurt de predallen welke de werkvloer, uitgevoerd in argex-beton dragen.

Deze vloerplaat is enkel en alleen ter hoogte van de twee brugpijlers onderbroken door dilatatievoegen die de stevigheid verzekeren. Het wegdek is bedekt met een waterdichte rok en, erboven, met twee lagen asfalt. Elke brugpijler zit in de rotswand verankerd. De pijlers van de centrale zone steunen op de boog.

Zoals hierboven vermeld, heeft elke boog een lengte van 162 meter en bevindt de top van de boog zich ongeveer 60 meter boven de onderliggende vallei.

 

Kapel Notre Dame de Forêt

Deze gebedsplek, die toegewijd is aan Onze-Lieve-Vrouw-ter-Woud, werd opgericht bezijden de heel oude weg die destijds Houffalize met het dorp Sommerain verbond. Het oord dat, uiteraard naar de omgeving, "Forêt" (Woud) heette, was toen een drukbezocht bedevaartsoord.

Chapelle Notre Dame de Forêt

Diverse oorkonden bewijzen dat. De kapel werd reeds ruim drie eeuwen geleden vermeld in een testament van Jean Thieskin dd. 25 maart 1656. Deze man, zo schreef hij het in zijn wilsbeschikking, stelde een belangrijke som ter beschikking. Precies daar, aan de rand van het bos, moest een kapel ter ere van Onze-Lieve-Vrouw worden opgericht.

De huidige kapel dateert van circa 1750. Ze werd gebouwd door Broeder Fulc Bechoux, die kloosterling en later abt werd in de abdij van Houffalize. Hij was ook pastoor van Taverneux. Vermoedelijk bestond op die plaats reeds voor 1656 in dit deel van de parochie een oratorium dat aldus door een fraaie nieuwbouw vervangen werd.

De stijl van de kapel is uitgesproken maaslands. De vorm van het dak en de bizarre koepelvormige bewerking verwijzen inderdaad zowel naar de hoofdkerk van Dinant als naar het stadhuis van Visé. De leistenen werden bij het inleggen zo geschikt dat zij een soort tapijt vormen, een fraaie schikking waarvan de tekening niets aan het toeval overlaat. Het geprezen heiligdom werd in 1975 terecht geklasseerd. De kapel is inderdaad een vrij uniek en uiterst waardevol voorbeeld van de 18de eeuwse bouwstijl in het voormalig hertogdom Luxemburg.


Het altaar dateert uit 1766. De lambriseringen werden een eeuw later, even na 1868 aangebracht. Wanneer precies de vijf schilderijen binnen de ruimte opgehangen werden is niet bekend. Het ijzeren hek werd pas in 1879 aangebracht. In 1993 werd de kapel grondig hersteld. Ook het dak werd op uitzonderlijke wijze gerestaureerd. Aan het herstel van de leistenen dakbedekking werd veel aandacht besteed en op strikte wijze werd de tekening in zijn oorspronkelijk pracht hersteld.
Het grondplan is overduidelijk een achthoekig vlak. Aan de voorkant werd een portaal voorzien. Achteraan bestaat een bijgebouw dat dienst doet als absis.
In tegenstelling tot soortgelijke gebouwen die planmatig bijna steeds in de lengte uitgerokken zijn (naar het voorbeeld van een "basilicaal plan" bv. de basiliek van Trier), werd hier alles gecentraliseerd, zodat alle architectonische delen overduidelijk naar het centrale middelpunt verwijzen. Dit is trouwens ook het geval in andere, veel statigere gebedsplaatsen: het Heilig graf in Jeruzalem, de Aya Sophia in Constantinopel, de Keizerlijke Paleiskapel in Aken, of, maar dan in barokstijl uitgevoerd, de Onze-Lieve-Vrouwkapel in Scherpenheuvel.

 

De Sint-Catharinakerk

Deze kerk is in feite het laatste overblijfsel van een groots geheel, het resterende sluitstuk van wat eens de voormalige abdij was, de Sint Catharina priorij. Pas in 1785 werd de voormalige abdijkerk ook parochiekerk van Houffalize. Tot dan toe deed de kerk van Cowan als parochiekerk van de stad dienst.

De bouwwerken van de voormalige abdijkerk werden reeds in 1243 aangevat, zegge vlak na de stichting. Gezien bij de bouw vertraging opgelopen werd, werden de werken aan de abdij en kerk pas begin 14e eeuw voltooid. De abdij werd bij de Franse inval, na de revolutie van 1789, gesloten en zoals alle kerkelijke goederen verbeurd verklaard. De monniken werden verbannen, wat meteen het verval inluidde en de aftakeling teweegbracht.
Als parochiekerk, dus los van die abdij, voor wat de eredienst betrof, bleef de kerk (voorlopig) van oorlogsgeweld gespaard. In januari 1945 werd het gebouw heel erg beschadigd.

Eglise Sainte-Catherine


De kapel van Ollomont

De toren, zegge wat rest van de voormalige kapel die, ter ere van de Heilige
Margareta, in Ollomont werd opgericht, is een merkwaardig overblijfsel van een vroegromaanse kerk die minstens tot de 12e eeuw teruggaat.

Op 11 november 1948 werd dit ietwat schrale deel van de kapel geklasseerd. In 1961 werd ze in haar huidige toestand gerestaureerd en aldus in stand gehouden.

La chapelle d' Ollomont

 

Het kasteel van Tavigny


Het centrale deel van het kasteel en de funderingen leveren op afdoende wijze het bewijs van de hoge ouderdom van de voormalige burcht. Hoogstwaarschijnlijk bestond dit centrale deel lange tijd als een bolwerk, zijnde een afzonderlijke constructie. De andere gebouwen werden pas naderhand, in de loop der latere eeuwen aan deze slottoren toegevoegd maar zonder duidelijke inmetseling van de nieuwe constructies in de bestaande muren. Het centrale deel bestaat hoofdzakelijk uit een stoere, vierkante toren van 10 meter bij 10, wiens muren zowat twee meter dik zijn. Deze toren, welke aanvankelijk alleen voor verdediging bestemd was, was vroeger hoogstwaarschijnlijk veel hoger dan nu. De hoogte verzekerde een panoramisch uitzicht over het hele gewest.

Le château de Tavigny

De bouw verwijst duidelijk naar de perioden van de "afweerburchten". De toren bevond zich aanvankelijk binnen een polygonale omwalling, met diverse kleinere torens die in deze verdedigingswallen werden ingebouwd. Twee van die torens staan heden ten dage nog overeind. In de loop der tijden en naarmate meer rust en welvaart in het vroegere, feodale leven intrad, verloor het kasteel zijn militair karakter. Het werd allengs door een statig kasteel vervangen, door een veel gezelliger en vrij comfortabele woning van de heer. Het kasteel van Tavigny was inderdaad tot voor twee eeuwen het centrum van een belangrijke heerlijkheid. De bouwtrant was intussen met allerlei gebouwen aan de nieuwe noden aangepast en het geheel werd gevoelig uitgebreid zodat de twee torens compleet in de gordelmuren werden ingelijfd.

Het kanaal van Bernistap


Tijdens de Hollandse periode, na de slag van Waterloo en het Verdrag van Wenen, werd een groots plan opgevat om dit deel van het land economisch uit zijn isolement te halen. De bedoeling was ten behoeve van de binnenscheepvaart een degelijke verbinding tot stand te brengen tussen de bekkens van de Ourthe en de Moezel, vandaar tussen Maas en Rijn. Een tamelijk smal maar lang kanaal moest inderdaad dwars door Luxemburg dit zuidelijke deel van de Ourthe met de veel bredere Moezel verbinden. Belangrijke werken werden aangevat op het grondgebied Tavigny, precies in het gehucht Bernistap, richting Buret- Hachiville. Vele omwoners, kinderen incluis, werkten er als slaven en lieten er soms het leven bij.

Le canal de Bernistap


Een tunnelkanaal zou, zo was gepland, de aken en hun lading dwars door de heuvel moezelwaarts leiden. De Brabantse omwenteling van 1830 en de onafhankelijkheid van België, luidden meteen het einde in van dit project. Het pas aangevatte kanaal bleef, voor altijd wellicht, onvoltooid. De plannen kwamen in archieven terecht en de tunnel werd niets meer dan een verlaten en verwilderd nergens heenleidend watervlak, een poel waarin de natuur vrij spel kreeg…
Het ontwerp zelf was trouwens tamelijk utopisch en het is lang niet zeker dat het, eens compleet uitgevoerd, nog van enig nut zou geweest zijn in een jachtige tijd waarin vervoer per spoor of via vrachtwagens geduchte concurrenten voor de binnenscheepvaart zouden worden.
Wat een hele mooie streep op de kaart der waterwegen moest worden, werd een erbarmelijke streep door de rekening. De ingang van de tunnel en de stille waters van het kanaal werden in 1978 als historische utopie en ook als patrimoniale merkwaardigheid geklasseerd.

 

Een Gallo-romeinse villa


Dank zij de plaatselijke vereniging voor archeologie en geschiedenis Segnia werden sedert 1975 op en rond Houffalize diverse opgravingwerken uitgevoerd. Op een dezer plaatsen, in Nadrin, werden puin en grondvesten van een Gallo-romeinse villa blootgelegd. Aan deze villa in Nadrin werden restauratiewerken uitgevoerd die ook aan niet of minderingewijden ingewijdenen een verhelderend beeld geven van leven en wonen in de eeuwen tussen de dood van Caesar en die van Clovis.

De villa was ingeplant in een kavel van circa 30 bij 25 meter. Het betreft een klassieke Romeinse villa van het type "villa met gevelgalerij", een doorsnee constructie, wiens stijl minder opvallend is dan haar bestaan zelf in dit gewest dat onterecht heel lang onherbergzaam heette.

La villa Gallo-Romaine


Bewijzen van bewaring van Keltische, Romeinse en van Galli-romeinse beschaving zijn trouwens talrijk in dit gewest dat in de onmiddellijke omgeving van Romeinse heirwegen en hun diverticula lag. Het is vrij zeker dat ooit nog andere villa's van dit soort in de buurt zullen opgegraven worden.

 

 

De tank


Le tank

De Panthertank werd als herinnering aan de oorlog en aan het wee van het zogeheten Von Rundstedtoffensief op het kleine plein in het bovendeel van het stadscentrum geplaatst. Het oorlogstuig behoorde aan de aanvallende 116e Panterdivisie, een onderdeel van het Duitse leger. Aanvankelijk droeg het als kenteken 111. (nu 402)

De tank lag na de herovering in januari 1945 omgekeerd, en met stukgeschoten rupsbanden hulpeloos in de Ourthe. Het schroot werd op 20 september 1948 door een eenheid van de genietroepen uit Namen uit de bedding gehesen en opgekalefaterd. Op bepaalde foto's die toentertijd, tijdens de tragische dagen in januari 1945, werden gemaakt, bleven sporen van "Zimmerit" zichtbaar.

De twee bommen die voor de tank werden geplaatst verwijzen naar de bombardementen die in januari 1945 de stad grondig verwoestten. Over W.O. II, het offensief, de verwoesting van de stad en de bevrijding werden diverse boeken en tijdschriften gepubliceerd. (Te bevragen bij V.V.V. en/of een plaatselijke boekhandel.)

Drukken | PDF | Versenden